Wet- en regelgeving
(bron: http://www.hondenbescherming.nl/hond/onze-activiteiten/10/wet-en-regelgeving )
In de wet staat dat wie voor dierenmishandeling wordt veroordeeld tijdelijk of permanent geen dieren meer mag houden.
(bron: http://www.hondenbescherming.nl/hond/onze-activiteiten/10/wet-en-regelgeving )
In de wet staat dat wie voor dierenmishandeling wordt veroordeeld tijdelijk of permanent geen dieren meer mag houden.
Een belangrijke wet voor de bescherming van dieren is de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. In deze wet staat onder meer het verbod op dierenmishandeling en -verwaarlozing. Inspecteurs van de Inspectiedienst Gezelschapsdieren (IDG) controleren op basis van deze wetgeving op mishandeling/verwaarlozing. Helaas vinden er nog altijd wantoestanden met honden plaats. Een doorn in het oog is bijvoorbeeld de zogeheten malafide hondenhandel. Grootschalige handel in honden waarbij niet of nauwelijks wordt omgezien naar de gezondheid en of het welzijn van de honden. Het is lastig voor dierenbeschermingsorganisaties om deze handel een halt toe te roepen. Een besluit aan de hand waarvan nog in enige mate kan worden opgetreden tegen deze handelaren is het 'Besluit scheiden van dieren' en het 'Honden- en kattenbesluit (HKB)'.
Op grond van dit besluit mogen jonge honden pas op de leeftijd van 7 weken bij de moeder weg worden gehaald. Eerder weghalen is verboden en kan vervelende gevolgen hebben voor het welzijn van de hond. Er zijn aanwijzingen dat hondjes die op jongere leeftijd worden weggehaald, later gedragsproblemen gaan vertonen.
Dit besluit is van toepassing op iedereen die zich op een bedrijfsmatige manier bezighoudt met honden (en/of katten). Het HKB is dus onder meer van toepassing op asielen, pensions, fokkers en handelaren. In het besluit staan bepalingen die het welzijn van de honden in deze bedrijfsmatige inrichtingen in enige mate moet garanderen. Een ander belangrijk besluit naast het HKB is het Waak- en Heemhondenbesluit.
Zoals de naam al impliceert, worden in dit besluit de eisen genoemd die gelden voor het houden van een waak- of heemhond. Deze eisen hebben betrekking op honden die aan een ketting zijn vastgelegd of in een ren zijn ingesloten. Alhoewel het besluit minimumeisen bevat, geeft het inspecteurs wel wettelijke aanknopingspunten om op te treden tegen misstanden. Zo staat onder meer in het besluit dat een ketting minimaal twee meter lang moet zijn en dat een hok tocht- en vochtvrij moet zijn en van deugdelijk materiaal moet zijn vervaardigd. De hond moet voortdurend de beschikking hebben over een schone drinkbak met vers water en deze mag niet door de hond omver geworpen kunnen worden. Gelukkig is het aantal kettinghonden sterk verminderd ten opzichte van vroeger.
Ook het aantal gecoupeerde honden is sterk verminderd. Dit heeft te maken met het zogeheten 'Ingrepenbesluit'.
Het Ingrepenbesluit is een belangrijk besluit voor de bescherming van het welzijn van de hond. Het besluit gaat uit van het 'nee-tenzij-principe'. Hiermee wordt bedoeld dat ingrepen in principe verboden zijn, tenzij in het Ingrepenbesluit staat dat een bepaalde ingreep wel is toegestaan. Alle ingrepen die niet in het besluit staan zijn dus verboden. In Nederland is zowel het couperen van de oren als van de staarten bij honden verboden. Honden waarvan de oren en/of staarten zijn gecoupeerd, mogen niet deelnemen aan tentoonstellingen, keuringen of wedstrijden. Ook mogen ze niet verhandeld worden. Uit welzijnsoverwegingen is het coupeerverbod zeer wezenlijk. Couperen is pijnlijk voor de hond. Daarnaast zijn oren en staart van belang in de communicatie tussen honden onderling. Couperen vermindert het vermogen tot communiceren. Tot slot fungeert voor honden de staart soms als evenwicht/roer. Zonder staart is het maken van snelle wendingen lastiger.
(bron: http://www.hondenbescherming.nl/hond/onze-activiteiten/10/wet-en-regelgeving )